Inleiding.


De aanleiding voor de totstandkoming van de boeken in de reeks "De Weerkronieken" was de al jarenlang gekoesterde vraag: "kan iemand de winter voorspellen".

Als schaatsliefhebber kwam ik zodoende in contact met K. Tas uit Rozenburg (ZH). Ook hij is zeer begaan met de Hollandse winters en hij heeft mij een flink deel aan kopiegegevens uit zijn eigen archief opgestuurd.

Hiermee kwam mijn huidige archief vanaf december 2000 tot stand en dat is in de loop der jaren verder aangevuld en uitgebreid. Hiervoor zijn vele kranten uit tal van jaargangen nagelezen. Wat daarbij aan de orde komt in mijn boekwerken zijn onder andere natuur- en hooibroeibranden, stormen, windhozen, blikseminslagen, natuurverschijnselen, hitte- en warmtegolven, vorstperiodes, overstromingen, lawines, ziektes en plagen. Hierbij spelen mensen en dieren een centrale rol, tijdens jaargangen die van juli t/m juni op datum zijn opgeschreven en die de inleiding van en het verloop na "de winters" vormen.

Hiermee ontstaat een aardig geschiedenisbeeld van wat zich weerkundig gezien in de wereld en dan vooral in ons land, afspeelde. Wat beleefden vissers tijdens stormen op zee, hoe bestreed men ziektes en plagen en wat werd er 's winters op het ijs gedaan. Alle ijsdiktes, vorstperiodes, de complete toertochtgeschiedenis, wat voor soort winter, het vorstgetal en het aantal vorst- en ijsdagen staan allemaal vermeld. Ook wordt het aantal zomerse en tropische dagen steeds genoemd en wat voor soort maand men had beleefd: koud, somber en nat of juist zacht, zonnig en droog. Al deze weergegevens zijn in mijn boekwerken, die steeds 10 jaar omvatten, terug te vinden.

Rogé Haan, Oosthuizen.